Waarom veel moslimdiscriminatie onzichtbaar blijft

Veel Rotterdamse moslims ervaren discriminatie. Toch melden zij hun ervaringen lang niet altijd. Waarom niet? En wat moet er veranderen zodat mensen zich gehoord en serieus genomen voelen?

Deze vragen staan centraal in een nieuwe interdisciplinaire studie van het Rotterdam Inclusivity Project. Het onderzoek combineert bestaande gegevens met gesprekken met jonge Rotterdamse moslims. Hun belangrijkste inzicht: niet alleen de mogelijkheden om te melden zijn van belang, maar vooral het vertrouwen dat een melding zinvol is.

Achter de meldcijfers schuilt een groter verhaal

Moslimdiscriminatie raakt niet alleen mensen die moslim zijn, maar ook mensen die door anderen als moslim worden gezien. Naar schatting heeft ongeveer één op de vijf Rotterdammers een islamitische achtergrond. Tegelijkertijd ervaart een groot deel van deze groep discriminatie in het dagelijks leven. Dit kan bijvoorbeeld gaan om ongelijke behandeling op het werk, bij het zoeken naar een woning of in het dagelijks leven. Rotterdammers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond geven aanzienlijk vaker aan discriminatie op basis van hun religie te ervaren dan Rotterdammers met een andere etniciteit (zie de tabel hieronder). 

De studie beschrijft hoe vaak moslims discriminatie ervaren en laat zien dat officiële meldcijfers slechts een deel van het probleem zichtbaar maken. 93 procent van de Rotterdammers doet geen melding van discriminatie die zij hebben ervaren. Dat blijkt uit de analyse van de Omnibusenquête 2024 door het Rotterdam Inclusivity Project. Dit percentage gaat over discriminatie in de brede zin, dus niet uitsluitend over moslimdiscriminatie.

Dat verschil is belangrijk. Als de gemeente en organisaties alleen naar meldingscijfers kijken, missen zij veel ervaringen. Dat kan invloed hebben op de keuzes die zij maken om discriminatie aan te pakken.

(Bron: Omnibus Enquête 2024, analyse Ayivi & Pisarevskaya, 2025)

Waarom melden mensen discriminatie niet?

In samenwerking met SPIOR spraken de onderzoekers met jonge Rotterdamse moslims. Tijdens co-designbijeenkomsten deelden deelnemers hun ervaringen en dachten zij mee over oplossingen. 

Deelnemers beschreven verschillende belemmeringen bij het melden van discriminatie. Velen twijfelden of een melding tot actie zou leiden, voelden zich niet altijd serieus genomen en ervaarden onduidelijkheid over waar en hoe zij een melding konden doen. Daarnaast kan de normalisering van discriminatie ertoe leiden dat mensen onzeker worden over de vraag of hun ervaring van discriminatie wordt erkend.

   (Bron: Omnibus Enquête 2024, analyse Ayivi & Pisarevskaya, 2025)

Vertrouwen is minstens zo belangrijk als een meldpunt

Een eenvoudig meldformulier is niet genoeg wanneer mensen weinig vertrouwen hebben in de opvolging. Daarom wijst dit onderzoek op het belang van duidelijke en toegankelijke informatie, het erkennen van ervaringen en helderheid over wat er met een melding gebeurt.

Wat betekent dit voor Rotterdam?

Volgens de studie vraagt een verbeterde aanpak om zorgvuldige samenwerking tussen de gemeente en maatschappelijke organisaties, een toegankelijk en transparant meldproces en het actief betrekken van Rotterdamse moslims bij het vinden van oplossingen. Het is daarbij belangrijk dat mensen merken dat hun ervaringen serieus worden genomen.

De belangrijkste les: wie moslimdiscriminatie wil aanpakken, moet verder kijken dan alleen geregistreerde meldingen. Juist de ervaringen die niet in de cijfers tot uiting komen verdienen aandacht, zodat beter inzicht kan worden verkregen in deze vorm van discriminatie.

Lees het volledige onderzoeksrapport (PDF)