Op dinsdag 23 juni 2026 vond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) het Rotterdam Inclusivity Project Thesis Hub Event plaats. Tijdens deze bijeenkomst presenteerden masterstudenten hun scriptieonderzoek aan de Gemeente Rotterdam, Antidiscriminatiebureau RADAR, Erasmus-studenten en aanwezigen van maatschappelijke organisaties en stichtingen zoals de OpenEyesFoundation. De middag stond in het teken van het verbinden van onderzoek met beleid en praktijk, om bij te dragen aan een inclusiever Rotterdam.
Als betekenisvol onderdeel van Rotterdam Inclusivity Project vormt deze Thesis Hub een initiatief waarin masterstudenten van de EUR hub scriptieonderzoek doen naar vraagstukken rond discriminatie, diversiteit en inclusie in Rotterdam Inclusivity Project. De Thesis Hub brengt studenten gedurende hun scriptietraject in contact met onderzoekers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties, waardoor wetenschappelijke inzichten direct worden verbonden met de praktijk. De scripties leveren daarom niet alleen nieuwe kennis op, maar vormen ook aanbevelingen met maatschappelijke impact.
Van onderzoek naar maatschappelijke impact
Na een opening door Peter Scholten (projectleider) vormden twee scriptiepresentaties het vertrekpunt voor een bredere discussie. Anders dan bij een traditionele scriptie lag de nadruk niet alleen op wetenschappelijke resultaten. De studenten presenteerden niet alleen hun onderzoeksopzet en belangrijkste bevindingen, maar ook wat deze inzichten betekenen voor gemeentelijk beleid, antidiscriminatievoorzieningen, maatschappelijk werk en de inwoners van Rotterdam. Samen gingen we in gesprek over de implicaties van deze resultaten, waardoor er een waardevolle wisselwerking ontstond tussen kennis en de dagelijkse praktijk en realiteit van professionals die zich bezighouden met inclusie en gelijke behandeling.

Twee onderzoeken naar actuele maatschappelijke vraagstukken
Masterstudente Nindjiou Kassogué presenteerde haar onderzoek naar hoe etnisch diverse en (vermeende) moslimse Rotterdammers de grens ervaren tussen alledaagse en meldbare discriminatie. Op basis van diepte-interviews laat haar onderzoek zien dat ervaringen met discriminatie vaak niet direct als discriminatie worden herkend, maar geleidelijk betekenis krijgen via twijfel, herhaling en het bespreken van deze ervaringen in sociale kringen. Hierdoor ontstaat wat zij beschrijft als een interpretatiekloof: een mismatch tussen de formele, institutionele wijze waarop discriminatie wordt gedefinieerd en hoe Rotterdammers discriminatie in het dagelijks leven ervaren, interpreteren en bespreekbaar maken. De bevindingen suggereren dat de oplossing voor de bekende meldkloof daarom niet uitsluitend ligt in betere meldprocedures, maar ook in meer maatschappelijke en politieke erkenning, bestuurlijke ondersteuning en het initiëren van dialoog vóórdat mensen überhaupt discriminatie benoemen of bij een meldpunt terechtkomen.
In de reflectie benadrukten de discussanten hoe deze inzichten aansluiten bij de praktijk. Stadsmarinier Ton van der Leck pleitte voor meer aandacht voor alledaagse ervaringen met discriminatie als vertrekpunt om het samenleven te versterken. Zo moet in een superdivers Rotterdam aandacht blijven voor ‘tweezijdige integratie’. Bauke Fiere (onderzoekscoördinator Antidiscriminatiebureau RADAR) benadrukte het belang van duidelijker communiceren naar mensen over wat voor ondersteuning antidiscriminatievoorzieningen kunnen bieden. Denise Zending (beleidsadviseur Inclusief Samenleven) wees op de waarde van het maatschappelijke betwisting of afstemming van discriminatie, zoals de gespreksvoering waarin ervaren discriminatie wordt bevestigd of juist gerelativeerd.

Vervolgens presenteerde masterstudent Sophie Tuik haar onderzoek naar de manier waarop straatintimidatie wordt geframed binnen de Rotterdamse politiek. Op basis van een analyse van 82 verkiezingsprogramma’s, nieuwsartikelen en sociale media berichten laat zij zien dat straatintimidatie niet uitsluitend als een gendergerelateerd vraagstuk wordt benaderd, maar ook regelmatig wordt gekoppeld aan thema’s als immigratie, integratie en veiligheid. Hierdoor verschuift de aandacht van straatintimidatie als vorm van gendergerelateerd geweld naar bredere debatten over cultuur en afkomst. Het onderzoek laat zien dat politieke framing niet alleen beleidskeuzes beïnvloedt, maar ook bepaalt welke oorzaken worden benadrukt en welke groepen als probleem of juist als slachtoffer worden gepositioneerd.
In de daaropvolgende discussie plaatste Denise Zending deze bevindingen in een bredere historische context. Zij merkte op dat de koppeling tussen sociale vraagstukken, afkomst en integratie al sinds de komst van de eerste arbeidsmigranten terugkeert in het politieke debat, ongeacht de specifieke groepen waar het op dat moment over gaat. Maria Schiller wees daarbij op het belang van vervolgonderzoek naar hoe deze politieke framing zich door de (verkiezings)jaren heen heeft ontwikkeld. Ook werd besproken hoe de onderzoeksbevindingen gebruikt kunnen worden om het gesprek met gemeentelijke politici aan te gaan over de invloed van politieke framing op beleid en beeldvorming.
Een bredere blik op inclusiviteit in Rotterdam
Naast de plenaire presentaties werd ook gereflecteerd op de scriptieonderzoeken van drie andere studenten uit de Thesis Hub. Hun onderzoeken laten zien hoe breed en gevarieerd het thema inclusiviteit kan worden benaderd.
- Sophie Harweg besteedde aandacht aan de implementatie van Europese antidiscriminatierichtlijnen in zowel Malmö als Rotterdam. Zo kan Rotterdam bijvoorbeeld leren van de werkcapaciteit van Malmö, waar zij zelf advocaten in dienst hebben die zaken voorleggen aan de rechter.
- Floor de Haas onderzocht in maatschappelijke organisaties en stichtingen de betekenis van zelfredzaamheid binnen de inburgering van statushouders. Een mooi resultaat uit haar onderzoek is dat maatschappelijk werkers terugvallen op de term ‘samenredzaamheid’. Wanneer er veel op statushouders afkomt, zoals het leren van een nieuwe taal, het beginnen met nieuw werk of het werken aan gezinshereniging, “heb je altijd andere mensen nodig” om je daarbij te helpen.
- Tot slot deed Veerle Berk betrokken onderzoek in Huize Middelland, een door bewoners georganiseerd en geleid buurthuis, naar de samenwerking tussen bewonersinitiatieven en de gemeente rond sociaal welzijn. Door het effect van een bottom-up-community-initiatief ontstaat een sterk (informeel) sociaal buurtnetwerk, waardoor mensen overal hun ‘eigen plekje’ hebben en zich ‘thuis’ voelen in de wijk.
Samen geven deze scriptieonderzoeken een veelzijdig beeld van de uitdagingen én mogelijkheden voor een inclusiever Rotterdam. In de onderlinge samenhang van deze scripties ontstaat een breder beeld van inclusiviteit in Rotterdam. De onderzoeken laten zien dat thema’s als discriminatie, politieke framing, zelfredzaamheid, sociale cohesie en antidiscriminatiebeleid niet los van elkaar staan, maar elkaar voortdurend beïnvloeden.
Samen werken aan de volgende stap
De discussies naar aanleiding van deze scriptieonderzoeken lieten zien dat deze niet alleen nieuwe inzichten opleveren, maar ook concrete vervolgvragen oproepen. Daarbij stond centraal hoe deze kennis kan worden vertaald naar concrete acties in Rotterdam.
- Hoe vertalen we deze kennis naar beleid dat daadwerkelijk aansluit bij de leefwereld van Rotterdammers?
- Hoe zorgen we ervoor dat bestaande kennis over discriminatie niet op de plank blijft liggen, maar leidt tot uitvoerbare verandering?
Daarbij werd benadrukt dat de volgende stap niet alleen ligt in het actief benoemen van discriminatie, maar ook in het actief versterken van inclusie, sociale acceptatie en samenleven binnen Rotterdamse wijken. Juist de verbinding tussen bewoners, beleid en wetenschap werd daarbij gezien als een belangrijke voorwaarde voor duurzame verandering.

Onderzoek als motor voor verandering
Dit evenement laat duidelijk zien dat een scriptieonderzoek meer kan zijn dan een academische eindopdracht. Door studenten te laten samenwerken met gemeenten, maatschappelijke organisaties en andere praktijkpartners, ontstaat kennis die direct kan bijdragen aan beleidsontwikkeling en maatschappelijke verandering.
Juist deze wisselwerking tussen wetenschap, beleid, praktijk en de ervaringen van Rotterdammers vormt de kracht van de Rotterdam Inclusivity Thesis Hub.
Die kracht zit onder andere in de samenhang tussen de onderzoeken: hoewel iedere scriptie een ander vraagstuk centraal stelt, laten zij gezamenlijk zien hoe ervaringen van bewoners, beleidskeuzes, politieke discoursen en lokale samenwerking elkaar wederzijds beïnvloeden bij het vormgeven van een inclusiever Rotterdam.
De scripties benadrukken hiermee dat complexe maatschappelijke vraagstukken samenwerking, dialoog en onderzoek vereisen dat midden in de samenleving staat.
Daarmee levert de Thesis Hub niet alleen nieuwe inzichten op, maar draagt zij ook bij aan een stad waarin inclusie en gelijke behandeling steeds beter vorm krijgen.